Het verlangen naar een tweede kindje

Het verlangen naar een tweede kindje

Het is al een tijdje geleden, maar vandaag kunnen jullie weer een persoonlijk column van mij lezen. Dit keer over mijn verlangen naar een tweede kindje. Alhamdullilah heb ik al mogen ervaren hoe het is om moeder te worden. Ik tel dan ook mijn zegeningen omdat ik mij onvoorwaardelijke moederliefde in Farah kan proppen. Maar het verlangen naar een tweede kindje is groot, heel groot zelfs.

Daar zat ik dan, in een speelparadijs, op een kinderfeestje met tranen over mijn wangen. Wanneer komt er een tweede kindje, vroeg nichtje nummer 1. Geen idee, we zien wel wanneer het weggelegd is, was mijn antwoord.  Je moet niet te lang wachten hoor. Begin snel aan een tweede kindje hoorde ik 5 minuten later van nichtje nummer 2. Ik begon al te slikken. Ik moest vechten tegen mijn tranen, want zo makkelijk was het immers niet. Maar toen ik van nichtje nummer 3 hoorde dat Farah zo schattig is en we echt aan een tweede kindje moesten beginnen. Toen brak mijn hart weer in 1000 stukjes.

Wat de nichtjes niet wisten, is dat we net een paar dagen daarvoor weer een mislukte IVF poging achter de rug hadden.  Ook zat ik volgepropt met hormonen en moest ik wederom een teleurstelling verwerken. Kinderen neem je namelijk niet, die worden je gegeven. De vragen naar een tweede kindje, deden me op dat moment echt zoveel pijn. Die pijn is niet te omschrijven.

1 op de 6 stellen, kampt met vruchtbaarheidsproblemen. Ook wij zijn 1 van die 6, helaas. Vroeger droomde ik altijd van een groot gezin. Ook al voel ik me gezegend na al die jaren dat we een prachtige dochter hebben gekregen. Het gemis van een tweede kindje is er absoluut. Terwijl ik tijdens mijn zwangerschap van Farah nog zei dat ik dit nooit meer wilde meemaken. Het traject en alles er omheen wilde ik niet meer. Toch besloten we dat we de leegte van meer kinderen wilden opvullen.

Mijn lichaam zou nu wel beter weten toch? Ik had immers een gezond kind op de wereld gezet, dus mijn lichaam wist in ieder geval hoe dat moest. Niks bleek minder waar. Want weer moesten we door de medische wirwar. Weer moest ik me volproppen met medicatie. Ik voelde me weer een opgeblazen kikker. Om er vervolgens weer achter te komen dat de poging weer mislukt was. En ook weer leek het alsof ik tegenover de hele wereld verantwoording schuldig was . Het voelde soms alsof ik moest verantwoorden waarom ik nog geen elftal gebaard had. Dit terwijl een kinderwens toch iets persoonlijks is.

Mensen hebben heel snel hun ongezouten mening klaar maar ook het gebrek aan empathie ontbreekt vaak. Je krijgt allerlei tips, waar je eigenlijk niks mee kan. Het doet pijn. Niet omdat ze je gevoel niet willen begrijpen, of omdat ze je willen kwetsen. Want dat is vaak absoluut niet zo. Ze weten niet hoe het voelt. Ze hebben niet in jou schoenen gelopen en weten niet wat je allemaal al hebt doorgemaakt met betrekking tot je kinderwens.

Ook hoor je vaak dat je blij moet zijn dat je al een kind hebt. Ik heb namelijk jarenlang met de angst geleefd dat ik nooit moeder zou worden. Begrijp me dus niet verkeerd, elke dag tel ik mijn zegeningen. Wie zegt dus dat ik niet blij ben? Elke dag kijk ik naar Farah en voel ik me intens gelukkig. De liefde die zij mij geeft, is onbeschrijfelijk. Als ik een slechte dag heb, is zij degene die me oppept zonder dat ze dat zelf door heeft. Maar dat betekend niet dat het gemis voor een tweede kindje er niet is.

Zoals ik eerder schreef, dacht ik vooraf niet dat ik het medische traject nogmaals in zou gaan. Ik had het de vorige keer als heel zwaar ervaren, vooral op emotioneel vlak. Maar mijn vader is ernstig ziek en er is niemand die mijn verdriet beter begrijpt dan mijn zusje. Mijn moeder staat te dicht bij. De liefde die zij voor mijn vader voelt is anders dan die mijn zusje en ik voelen. Zij staat naast hem, zorgt 24 uur per dag voor hem en heeft het vele malen zwaarder dan wij hebben. Dus als ik af en toe zeg, was het maar eens klaar… Dan begrijpt mijn zusje dat beter dan wie dan ook. Want we willen beide niks liever dan dat hij nog 100 jaar mee gaat. We voelen echter ook beide soms de frustraties en het verdriet om onze moeder die hierbij komt kijken.

Met mijn zusje kan ik sparren als het om onze beide ouders gaat. Mijn zusje kan ik bellen als ik denk dat zij iets nodig hebben. Zelf woon ik namelijk niet in de buurt. Als ik dan naar mijn zusje kijk en naar de band die we hebben…. Dan wil ik dat ook voor Farah. Dan wil ik niet dat ze alleen blijft als ze op een moment haar vader of mij zal verliezen.

Want ook al spreek ik mijn zusje soms weken niet. Ook al zijn we beide zo verschillend en hebben we beide een ander denkwijze. Ze is wel mijn zusje. Ja ik kan haar soms ook wel achter het behang plakken en ja ik irriteer me soms dood aan dr. Maar de liefde die wij voor elkaar voelen is echt. Ik weet dat zij naast mijn moeder, de enige is die mij nooit zal laten vallen. Die er altijd voor mij zal zijn als ik haar om hulp zou vragen.

Ik besef me heel goed dat dat niet vanzelfsprekend is. Niet iedereen heeft deze band met haar broers of zussen . Maar ik hoop hetzelfde wel voor Farah. Ik hoop dat zij ook een broertje of zusje krijgt van wie ze kan houden. Precies zoals ik van mijn zusje houd. Ik weet dat ze heel veel nichtjes en neefjes heeft. Haar buurmeisje ziet ze echt als haar grote zus , maar het is toch anders. Mijn zusje is mijn zusje en dat gun ik mijn kleine meid ook zo erg. Ik hoop dus dat zij op een dag ook net zo trots is op haar broertje of zusje. Net als ik op mijn zusje ben, ook al zeg ik dat nooit.

Ik heb altijd al een grote kinderwens gehad en ook al werd me jaren verteld dat ik die kinderwens moest opgeven. Ik heb nooit de hoop opgegeven. Het is dus ook niet zo gek dat Farah’s tweede naam “Hope” is. Maar ook al geef je de hoop nooit op en ook al bleef ik vertrouwen op Allah SWT, het bleef lastig. Dat is nu niet minder, want niemand behalve Allah SWT, weet wat hij voor mij in petto heeft. Niemand weet welke weg ik nog moet afleggen en hoeveel verdriet en teleurstellingen wij nog moeten incasseren. Toch geloof ik dat je nooit meer ellende krijgt dan jezelf aankan. Je bent vaak als mens, als vrouw, sterker dan je zelf denkt.

Dus we gaan door, we blijven vechten en de kansen pakken die we aangereikt krijgen. Indien we toch met zijn drietjes blijven, is het ook goed. Want dan heeft het lot dat zo bepaald. Elke dag zeg ik Alhamdullilah voor datgene wat ik van Allah SWT heb gekregen. Elke dag tel ik mijn zegeningen en besef ik dat er moeders zijn bij wie de leegte in hun hart elke dag nog aanwezig is. Moeders die uitbehandeld zijn en nooit een gezond kindje op de wereld zullen zetten. Dus we zijn ontzettend blij met wat we al hebben gekregen. Zo vanzelfsprekend is dat namelijk niet. Maar wanneer blijf je hopen en wanneer laat je je droom los en maak je andere dromen?



9 thoughts on “Het verlangen naar een tweede kindje”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *