De kanker is terug…

De kanker is terug…

Toen was het terug, die rotziekte kanker had weer zijn plaats opgeeist in ons leven. Ik was denk ik rond de 18 weken zwanger, toen we met zn zessen bij mijn vader zijn longarts zaten. “Helaas, de kanker is terug meneer, en dit keer in uw andere long, het is daarom niet meer operabel” waren de woorden van de arts. Even leek alles in te storten. Ik probeerde mijn tranen stiekem af te vegen, want naast mijn verdriet had ik ook nog eens mega last van mn hormonen en kon ik om alles janken. Toch bleef ik sterk, wij allemaal, we moesten wel.

Mijn vader onderging 5 chemokuren en daarna 25 bestralingen. Super heftig. Tijdens de chemo mocht ik hem geen knuffel geven, geen kus maar ook geen hand. Dit kon schadelijk zijn voor de kleine baby die in mijn buik groeide. Wat voel je je dan afstandelijk. Zelfs als mijn vader na een chemokuur naar de wc geweest was, moest deze eerst schoongemaakt worden voordat ik er gebruik van kon maken.We waren met z’n allen sterk,maar tegelijk ook bang. Mijn vader had jaren geleden ook al kanker overwonnen maar toen hij doodziek was en het heel slecht ging vertelde hij ons in the heat of the moment hoe moeilijk hij het vond dat hij geen kleinkinderen had. Ik wilde hem niets liever geven, maar op dat moment leek het niet weggelegd.

Nu zou hij dus eindelijk opa worden en was hij hier zo gelukkig mee, moest hij weer vechten voor zijn leven.  “Het wordt een meisje” was wat hij vanaf het begin al zei. Ik probeerde iedereen nog op een dwaalspoor te zetten door in eerste instantie een blauwe kinderwagen te kopen. Maar hij had gelijk….Hij zou nana (opa) van zijn eerste kleindochter worden. Wat was ik bang dat hij zijn kleinkind niet geboren zou zien worden. De angst maakte me gek en zorgde ook voor extra veel stress, maar ons kleine meisje was een bikkel. Tijdens mijn zwangerschap had ze al zoveel stress gevoelt via mij en toch deed en doet ze het nog steeds zo ontzettend goed.

15 juli 2018, Farah werd geboren. Wat was mijn vader gelukkig toen hij eindelijk zijn kleinkind zag. Hij was ook niet bij haar weg te slaan. Ze werden beste vriendjes. De behandelingen leken dus goed te zijn aangeslagen en het ging langzaam weer de goede kant op met mijn vader. Wat was ik emotioneel maar ook gelukkig dat mijn vader zijn kleinkind had leren kennen en de kanker niet had gewonnen. Uren kon hij met haar op zijn arm zitten, of bij haar box staan. Soms betrapten we hem er stiekem op dat hij haar wakker maakte, om haar alleen maar te knuffelen of op te tillen.

Farah werd ouder, en ook steeds gekker op haar nana (opa).  Andersom idem dito. Helaas woon ik een stukje rijden bij m’n ouders vandaan, maar mijn ouders kwamen ook zo vaak mogelijk langs. Het ging steeds beter met mijn vader. Hij kwam weer aan, zijn haren kwamen terug en hij voelde zich goed. Soms leek het dus alsof de ziekte er ook helemaal niet was. Ik was zo blij dat mijn vader van zijn kleindochter kon genieten. Hij had gewonnen van de ziekte. Maar was dit wel echt zo?

Toen Farah 4 maanden oud was, was er op de scan te zien dat de behandeling was aangeslagen. De tumor in zijn long was aanzienlijk gekrompen. Ik zag de opluchting in mijn moeder’s ogen. Wat waren wij gelukkig dat mijn vader zijn kleinkind zou zien opgroeien. Dat mijn ouders samen intens konden genieten in hun rol als nana en nanie (opa en oma).

Totdat mijn vader tijdens zijn vakantie in Suriname weer heftig begon te hoesten en te klagen over hoofdpijn. De hoofdpijn was zo heftig, dat hij soms geen zin had om uit bed te komen. Zelfs als wij video belden, wilde mijn vader niet altijd praten. Zo bizar, want hij kon nooit wachten om zijn kleindochter weer te zien. We dachten dat hij ook wat onder de leden had, zijn weerstand was immers ook niet meer zo top door de chemo en bestralingen. Toen mijn ouders terug kwamen van vakantie, bespraken ze zijn klachten dus ook meteen met zijn arts.

Niet lang daarna moesten we langs komen. We wisten dus ergens dat het niet goed zat, en hadden ons er ook op voorbereid dat mijn vader weer aan de chemo of bestraling moest. Helaas kwam onze nachtmerrie in april 2018 uit maar dan nog veel erger. Ik hoorde mijn vader’s arts zeggen: “Het ziet er niet goed uit meneer ”. Geschrokken luisterden we naar wat de arts ons zou vertellen. Maar dat het zo erg zou zijn, hadden we nooit gedacht.

Helaas was de tumor in zijn long weer actief en had gezorgd voor uitzaaiingen naar zijn hersenen. Er was helaas geen behandeling meer mogelijk. Indien hij dit zou willen, zou hij nog 5 x bestraald mogen worden op zijn hoofd en starten met immunotherapie om zijn leven te rekken. Maar dit bood geen garanties. Ik was degene die mijn zusje moest bellen met dit slechte nieuws. Ondanks dat ik verwacht had dat ik alleen maar zou janken, bleef ik best sterk. Ik hoorde mijn zusje slikken, niet wetend wat ze moest zeggen. Toen ik mijn moeder hoorde zeggen tegen haar dat mijn vader nu Farah niet meer zou zien opgroeien, brak mijn hart in 1000 stukjes. Zij was zo gek op haar nana (opa) , maar haar nana nog gekker op haar. Had de kanker dan dit keer toch gewonnen? Weer probeerde ik me sterk te houden.

Pas ‘s avonds in bed kwamen de tranen en nam de angst weer de overmacht. Mijn man vroeg hoe ik me echt voelde en dat was het moment dat ik ook brak. Wat kan kanker je leven overhoop gooien, wat kan kanker angst zaaien.

Wordt vervolgd… dit verhaal is nog lang niet af en mijn vader vecht nog steeds tegen die rotziekte. In mijn volgende blog over dit onderwerp, neem ik jullie verder mee het traject in. Voor nu is mijn hoofd even vol en komen er geen nieuwe woorden meer op, ook wil ik niet dat het teveel op een opstel gaat lijken. Elke dag tellen wij onze zegenen, en zeggen we ten alle tijde Alhamdullilah. We proberen zoveel mogelijk mooie herinneringen te maken. Want wat ben ik gezegend dat mijn vader überhaupt mijn dochter heeft leren kennen en van haar heeft kunnen genieten.  We hopen dat hij dit nog heel lang mag doen, In shaa Allah…

In Nederland krijgen jaarlijks ongeveer 116.000 mensen kanker. Dat zijn 13 mensen per uur. Elke familie krijgt er tegenwoordig wel mee te maken. Heb jij ook met deze ziekte te maken gehad?



19 thoughts on “De kanker is terug…”

  • Jeetje, wat heftig. Heb er bijna geen woorden voor. Mijn schoonvader vecht ook tegen longkanker, dat gaat gelukkig nog goed maar als ik dit zo lees kan het zo snel weer anders zijn 🙁 Als er (klein)kinderen in het verhaal zijn dan wordt het nog veel moeilijker vaak. Heel veel sterkte en nog alle liefde met elkaar gewenst de komende tijd.

  • Mooi geschreven! Een vreselijke strijd, rot ziekte. Ik hoop dat jullie nog wat mooie herinneringen mogen maken met elkaar! Je gaat er heel erg sterk mee om. Ik kan me voorstellen dat op sommige dagen de wereld onder je vandaan rolt. Heel veel sterkte natuurlijk! ❤

  • Deze ziekte sloopt niet alleen mensen levens maar hele gezinnen. Ik vind het zo dapper en moedig van je dat je jouw (jullie) verhaal zo durft te delen. Ik vind je heel dapper. En wens jullie het beste toe. Hoop dat jullie nog een hele poos samen kunnen zijn! Heel veel liefs.

  • Jeetje, wat heftig. Blijft gewoon een enorme rotziekte. Hoop echt dat ze daar ooit een goede behandeling voor vinden.
    Ik maak het momenteel ook mee, twee keer, van heel kortbij, van twee personen waar ik ontzettend van hou…

  • het lijkt misschien kort, maar je vader heeft toch nog zijn kleinkind leren kennen en dat zal vast veel waard geweest zijn – mijn vader is op zijn 47 gestorven aan darmkanker en heeft spijtig genoeg mijn kinderen nooit gekend 🙂

  • Tja, kanker… daar wordt een mens stil van…
    Iedereen kent mensen met die vehcten tegen die ziekte, die er door overleden zijn en hier en daar gelukkig ook iemand die er door kwam.
    Het is niet meer weg te denken…
    Mijn vader is overleden aan die ziekte toen hij 51 was….

    Sorry, ik weet niet goed wat zinnigs te antwoorden nu en ik heb het gevoel dat ik maar wat zeg!
    Ik wil je veel liefde toewensen en heel veel steun vanuit je omgeving, want dat heb je dan vooral nodig! <3

  • Zo wat heftig om te lezen.. wel heel mooi geschreven ook! Het is zo’n rot ziekte, mijn opa is er ook aan overleden. Toen was ik 11, voor de rest komt het niet zo veel voor om mij heen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *